Het geslacht Lock

 

Lucq, Luc, Luck, Luk, Locq, Lock, Lok, Luijck, van der Luck, van der Luijck.

 

II.4 Willem Adriaensz Lucq

Willem Adriaensz Lucq, ook genoemd Willem Adriaensz glaesmaecker en Willem Adriaensz backer, werd in 1547 (48) te ’s-Gravenzande geboren (in 1578 "Out XXXII jaer"), als zoon van Adriaen Pietersz Luck. Hij trouwde met Sijtgen Lenerttdr en stierf voor 4 oktober 1595 (49). Op 9 juni 1588 trad hij met zijn broer Pieter Adriaensz Lucq als borg op voor zijn neef Adriaen Jansz Lucq toen deze te Naaldwijk een huis kocht (50). De volgende maand werd hij als een der voogden vermeld voor de moederloze kinderen van zijn broer Doe Adriaensz (51). Op 24 augustus 1591 compareerde voor Doe Adriaensz Lucq en Adriaen Adraensz Timmerman, schepenen van ’s-Gravenzande, deersame Willem Claesz. Deze verklaarde een huis met erf en barch staande binnen ’ s-Gravenzande verkocht te hebben aan Willem Adriaensz Lucq en verder verklaarde hij volledig betaald te zijn "tzij met p ofte pen brieff" (52). Enige tijd later verkocht Willem Adriaensz dit huis aan zijn broer Doe voor de som van 350 gulden (53). Op 16 februari 1593 traden de drie gebroeders Doe, Willem en Pieter als voogden op voor hun neefje Pellenaer Lenerts, "tnagelaten weeskint van wijlen Jannetje Adraensdr hare suster" (54). Ruim een jaar later, op 24 mei 1594, kochten Pieter en Willem Adriaensz Lucq samen te Terheide "een seeckere boe ende droochtuijn en een vierde van een bornput (55). Willem Adriaensz overleed weldra, nog geen 50 jaar oud. Zijn broer Pieter verkocht op 11 september 1596 voor zichzelf en voor Sijtgen Lenertsdr, de weduwe van Willem Adraensz,: een huis en erf te Terheide met het vierde deel van een bornput (56). Sijtgen Lenertsdr deelde op 30 december 1598 mede, dat zij op 4 oktober 1595 een uitkoop gedaan had tegenover de voogden van haar twee kinderen, Jaapje Willemsdr en Neeltje Willemsdr en dat zij zich verplicht had om aan haar kinderen 400 carolus guldens uit te keren (57). Sijtgen Lenerts zette het bedrijf van haar overleden man voort, voorlopig althans. Daarover vinden we vermeld: "Rechtdach gehouden den 1en October 1596" "Compareerde Vranck Janss moelenaer ende bekende schuldig te wesen Sijtgen Lenaertsdr weduwe wijlen Willem Adriaensz backer Sgravesande de somme van vijff gulden ter goeder reeckeninge ter cause van gehaelt broot" (58).

Haer dochter Jaepje Willemsdr trouwde met Jasper Jansz van Alenburgh. Op haar oude dag, op 31 mei 1656, compareerde Jaepje Willems weduwe en boedelhouster van Jasper Jansz van Alenburch haren zoon "seecker stuck lants van outs genoemt tscheplant gelegen in Noorlandt groot twee morgen vijf hont lants" voor "eene somme van tweeduijsent carolus gulden tot XX stuijvers t stuck" (59) en op 7 september 1658 compareerde zij wederom voor schout en schepenen van Santambacht "geassisteert met Doe Jaspersz van Alenburch haer soon" en verkocht aan haar andere kinderen "zeeckere veerthien honden patrimoniael teellandt gelegen int noorlandt in onsen Ambacht" (60). Jaepje Willemsdr, weduwe wijlen Jasper Jansz van Alenburch, bakster binnen der voors stede" kreeg het met het gerecht yan ’s-Gravenzande aan de stok, wat tot een veroordeling leidde: "alsoo het broot te licht bevonden was ten huize van Jaepje Willemsdr volgende de condemnatie de som van ses gulden" (61).

 

 

Home